De procedure: bezwaar tegen de beslissing van de Burgemeester

 

Amsterdam, 19 september 2008

Aan: College van burgemeester en wethouders

Postbus 202

1000AE Amsterdam

Onderwerp: bezwaar Wobverzoek inzake maatregelen die zijn ingezet in het kader van de openbare orde en veiligheid, grootschalig optreden, voorbereidingshandelingen, inlichtingen handelingen, informatieoverdracht, informatie uitwisseling, dataverzameling en andere activiteiten met betrekking tot de kraakgroep de Pijp, kraakbeweging de Pijp, werkgroep wonen de Pijp, KSU de Pijp, café Mollie, kraakcafé Mollie, kraakcafé Molli, de Molli, de Bakkerpanden, woningcomplex Henrick de Keijser, de percelen Van Ostadestraat 137, Van Ostadestraat 226-230, Henrick de Keijserstraat 15 tot en met 25 (oneven nummers), 20 tot en met 30 (even nummers), Henrick de Keijserstraat begane grond nummers 13, 18, 27 en 32, Henrick de Keijserplein 5, Karel du Jardin straat 69 en Rustenburgerstraat 271 en 265.

Ons Kenmerk: wobverzoek februari 20221

Uw Kenmerk: DJZ.08.0153 of 2008/3675

Afzender:

Postbus 10591

1001 EN Amsterdam

Geachte mw./dhr.,

Middels deze brief teken ik bezwaar aan tegen uw beslissing op mijn WOB verzoek

Betreffende maatregelen die zijn ingezet in het kader van de openbare orde en veiligheid, grootschalig optreden, voorbereidingshandelingen, inlichtingen handelingen, informatieoverdracht, informatie uitwisseling, dataverzameling en andere activiteiten met betrekking tot de kraakgroep de Pijp, kraakbeweging de Pijp, werkgroep wonen de Pijp, KSU de Pijp, café Mollie, kraakcafé Mollie, kraakcafé Molli, de Molli, de Bakkerpanden, woningcomplex Henrick de Keijser, de percelen Van Ostadestraat 137, Van Ostadestraat 226-230, Henrick de Keijserstraat 15 tot en met 25 (oneven nummers), 20 tot en met 30 (even nummers), Henrick de Keijserstraat begane grond nummers 13, 18, 27 en 32, Henrick de Keijserplein 5, Karel du Jardin straat 69 en Rustenburgerstraat 271 en 265.

Ten eerste even over een procedurele gang van zaken. Ik wil u wijzen op de Wet Openbaarheid van Bestuur kortweg WOB genoemd.

De WOB kent verschillende artikelen zoals elke wetgeving. In artikel 2 van de WOB kunt u het volgende lezen:

‘Een bestuursorgaan verstrekt bij de uitvoering van zijn taak, onverminderd het elders bij wet bepaalde, informatie overeenkomstig deze wet en gaat daarbij uit van het algemeen belang van openbaarheid van informatie.

Het bestuursorgaan draagt er zo veel mogelijk zorg voor dat de informatie die het overeenkomstig deze wet verstrekt, actueel, nauwkeurig en vergelijkbaar is.’

Artikel 3 van de WOB beschrijft wat de wet daad werkelijk inhoudt, openbaarheid van bestuur:

‘Een ieder kan een verzoek om informatie neergelegd in documenten over een bestuurlijke aangelegenheid richten tot een bestuursorgaan of een onder verantwoordelijkheid van een bestuursorgaan werkzame instelling, dienst of bedrijf.

De verzoeker behoeft bij zijn verzoek geen belang te stellen.

Een verzoek om informatie wordt ingewilligd met inachtneming van het bepaalde in de artikelen 10 en 11.’

Ik kom zo op de uitzonderingsgronden, maar eerst nog even over de termijn. Artikel 6 legt uit dat er zoiets bestaat als behoorlijk bestuur en nette afhandeling:

‘Het bestuursorgaan beslist op het verzoek om informatie zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen twee weken na de dag waarop het verzoek is ontvangen. Het bestuursorgaan kan de beslissing voor ten hoogste twee weken verdagen. Van de verdaging wordt voor de afloop van de eerste termijn schriftelijk gemotiveerd mededeling gedaan aan de verzoeker.

Onverminderd het derde lid geschiedt de verstrekking van informatie zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen vier weken na ontvangst van het verzoek. Indien de omvang of de gecompliceerdheid van de informatie een verlenging rechtvaardigt, kan deze termijn worden verlengd met ten hoogste vier weken. Van de verlenging wordt voor de afloop van de eerste termijn schriftelijk gemotiveerd mededeling gedaan aan de verzoeker.’

Dan de uitzonderingsgronden. Deze worden behandeld in de artikelen 10 en 11 van de WOB. Ik heb de artikelen voor u gekopieerd voor het geval u ze niet kunt vinden.

Artikel 10 behandeld een aantal algemene uitzonderingsgronden en artikel 11 gaat in op de persoonlijke beleidsopvattingen. Niet de gehele artikelen zijn opgenomen.

Artikel 10

‘Het verstrekken van informatie ingevolge deze wet blijft achterwege voor zover dit:

a. de eenheid van de Kroon in gevaar zou kunnen brengen;

b. de veiligheid van de Staat zou kunnen schaden;

c. bedrijfs- en fabricagegegevens betreft, die door natuurlijke personen of rechtspersonen vertrouwelijk aan de overheid zijn meegedeeld.

d. persoonsgegevens betreft als bedoeld in paragraaf 2 van hoofdstuk 2 van de Wet bescherming persoonsgegevens, tenzij de verstrekking kennelijk geen inbreuk op de persoonlijke levenssfeer maakt.

Het verstrekken van informatie ingevolge deze wet blijft eveneens achterwege voor zover het belang daarvan niet opweegt tegen de volgende belangen:

a. de betrekkingen van Nederland met andere staten en met internationale organisaties;

b. de economische of financiële belangen van de Staat, de andere publiekrechtelijke lichamen of de in artikel 1a, onder c en d, bedoelde bestuursorganen;

c. de opsporing en vervolging van strafbare feiten;

d. inspectie, controle en toezicht door bestuursorganen;

e. de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer;

f. het belang, dat de geadresseerde erbij heeft als eerste kennis te kunnen nemen van de informatie;

g. het voorkomen van onevenredige bevoordeling of benadeling van bij de aangelegenheid betrokken natuurlijke personen of rechtspersonen dan wel van derden.

Artikel 11

1. In geval van een verzoek om informatie uit documenten, opgesteld ten behoeve van intern beraad, wordt geen informatie verstrekt over daarin opgenomen persoonlijke beleidsopvattingen.

2. Over persoonlijke beleidsopvattingen kan met het oog op een goede en democratische bestuursvoering informatie worden verstrekt in niet tot personen herleidbare vorm. Indien degene die deze opvattingen heeft geuit of zich erachter heeft gesteld, daarmee heeft ingestemd, kan de informatie in tot personen herleidbare vorm worden verstrekt.

3. Met betrekking tot adviezen van een ambtelijke of gemengd samengestelde adviescommissie kan het verstrekken van informatie over de daarin opgenomen persoonlijke beleidsopvattingen plaatsvinden, indien het voornemen daartoe door het bestuursorgaan dat het rechtstreeks aangaat aan de leden van de adviescommissie voor de aanvang van hun werkzaamheden kenbaar is gemaakt.

4. In afwijking van het eerste lid wordt bij milieu-informatie het belang van de bescherming van de persoonlijke beleidsopvattingen afgewogen tegen het belang van openbaarmaking. Informatie over persoonlijke beleidsopvattingen kan worden verstrekt in niet tot personen herleidbare vorm. Het tweede lid, tweede volzin, is van overeenkomstige toepassing.’

Over mijn WOB procedure het volgende. Op 23 mei 2008 stuurde ik u een Wobverzoek met betrekking tot de openbaarmaking van verschillende stukken. Op

7 augustus 2008 schrijft u mij een brief, waarin u zegt dat u mijn brief op 23 mei 2008 heeft ontvangen. Twee en een halve maand later stuurt u een ontvangstbevestiging. Wat is dit voor een arrogantie om met burgers om te gaan? Vindt u dat u zich niet aan de wet hoeft te houden? U zegt het maar, maar ik begrijp uw afhandeling van een rechtmatig verzoek om openbaarheid van stukken volstrekt niet. Ik vind het ronduit onbeschoft hoe u een Wobverzoek afhandelt. Helemaal gezien het feit dat u in uw afwijzingsbrief slechts een opsomming geeft van de artikelen uit de WOB en vervolgens een soort taalkundige uitleg probeert te geven van de artikelen 10 en 11 van de WOB. Schandalig. Nu verbaasd het met niets dat u zo met openbaarheid omgaat. Deze ronduit schandalige manier is volgens mij eerder regel dan uitzondering bij u als het gaat om veiligheidsbeleid, maar dat tot daar aan toe. U schoffeert ook de wet.

Het lijkt er wel op dat u zich niets aantrekt van enige maatschappelijke controle, terwijl de WOB u verplicht om documenten openbaar te maken mits er redenen zijn om dat niet te doen die in de artikelen 10 en 11 van de WOB zijn vervat. Daar wil ik u nog even op wijzen. Er staat uitzonderingsgronden en beperkingen bij hoofdstuk V waaronder de artikelen 10 en 11 vallen. Dit betekent in gewoon Nederlands dat openbaarheid voorgaat tenzij er redenen zijn die dat in de weg staat. UITZONDERINGSGRONDEN, ik weet niet of u de wet heeft gelezen, maar stukken worden openbaar gemaakt mits er redenen zijn dit niet te doen. Dit betekent simpelweg dat u mij een lijst doet toekomen van de stukken die in uw bezit zijn en dat u daarbij aangeeft welke stukken wel of niet openbaar gemaakt kunnen worden. Per stuk dient u aan te geven waarom het niet openbaar gemaakt kan worden. Ik kan u voorbeelden toesturen om u een beetje onderricht te geven over wat maatschappelijke controle op democratische besluitvorming inhoudt en hoe verschillende politieregio’s en ministeries de WOB serieus nemen als controle instrument.

Er zijn talloze gerechtelijke uitspraken waarin staat dat u niet in zijn algemeenheid mijn verzoek kunt afwijzen aangezien dat de controle op de democratische besluitvorming in de weg staat. U zegt dat de opsporing en vervolging van strafbare feiten ernstig zou worden bemoeilijkt. Hoezo zou een lijst met documenten dit in de weg staan? Ik zal een afschrift van deze brief de gemeentelijke ombudsman doen toekomen.

Tot slot nog even dit. In het kader van andere wobverzoeken heeft u een zelfde neiging om niet te communiceren. Ik vind het ronduit schandalig.

Ik verzoek u alsnog alle betreffende stukken openbaar te maken.

Binnen het kader van de Wob (art. 10 lid 2 sub e) en de Aanwijzing voorlichting opsporing en vervolging kunt u deze stukken gemotiveerd anonimiseren.

Conform de Wet Openbaarheid van Bestuur verwacht ik binnen maximaal 28 dagen antwoord op mijn verzoek.

Gaarne ontvang ik een bewijs van ontvangst.

Een vriendelijke groet

Postbus 10591

1001 EN Amsterdam