beroep beweging Provo aanvulling

 

Amsterdam, 12 oktober 2010

Aan: Arrondissementsrechtbank

Sector bestuursrecht

Postbus 20302

2500 EH Den Haag

Onderwerp: aanvulling beroep informatieverzoek om alle documenten met betrekking tot de beweging Provo, een politieke beweging die actief was in de jaren 1965, 1966 en 1967

Ons Kenmerk: informatieverzoek januari 20108065

Kenmerk van de Organisatie/Ministerie van Binnenlandse Zaken: 4384160/01

Afzender:

Postbus 10591

1001 EN Amsterdam

Geachte mw./dhr.,

Met een beroep op de Wet Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten en de Wet Openbaarheid van Bestuur heb ik mij op 17 februari 2010 tot u gericht met een verzoek om informatie.

Het betrof hier alle documenten die betrekking hebben op de beweging Provo, een politieke beweging die actief was in de jaren 1965, 1966 en 1967. Het gaat dan ook om een BVD dossier.

In uw brief van 13 september 2010 vraagt u om de gronden van mijn termijnoverschrijding bij mijn bezwaar. Ik bestrijd echter dat ik een termijn hebt overschreden zoals u uit mijn gronden van bezwaar en beroep kunt opmaken. Ik zal u dat nogmaals uitleggen.

De WIV mag dan een speciaal regime hebben dit regime eindigt wat de openbaarheid bij het moment dat stukken openbaar zijn. Dus in wezen is alleen het traject voor een document om openbaar te worden speciaal. Nu is het binnen de Wob gangbaar voor kleine gemeenten om geld te vragen voor kopieën. Gezien het budget van “de Organisatie” en het Ministerie van Binnenlandse Zaken lijkt mij überhaupt het vragen van geld niet op zijn plek, maar daarvan heb ik gezegd dat is bijzaak. Toch doet er zich iets vreemds voor. Het speciaal zijn van “de Organisatie” wordt nog eens benadrukt dat er een primaire beslissing wordt verstuurd zonder stukken. Het Ministerie van Binnenlandse Zaken gedraagt zich hierbij als de gemeente Liesveld, die trouwens de beleefdheid heeft om eerst om geld te vragen en vervolgens de primaire beslissing te stukken met de stukken. Dan gaat dus de teller van de tijd lopen, niet bij de beslissing an sich. Dat zou openbaarheid bijna onmogelijk maken.

Het Ministerie en “de Organisatie” lijken er stilzwijgend vanuit te gaan dat ik wel in bezwaar ga. Dat is ook absurd. Als ik altijd in bezwaar en beroep moet gaan kom ik aan mijn burgerrechten werk niet meer toe. Werk trouwens dat het bureau waartoe ik behoor onbezoldigd uitvoert voor haar klanten. Dat vertaalt zich ook in de wijze waarop ik met bijvoorbeeld de politie omga die regelmatig termijnen overschrijden en waarbij wij in principe niet de Wet dwangsom hanteren. Het vreemde aan de situatie is ook nog eens dat het ministerie en “de Organisatie” er eigenlijk van uitgaan dat ik meteen in bezwaar ga, want stel dat ik pas betaal in de laatste week van de bezwaar termijn en de stukken in de week na de bezwaar termijn arriveren. In principe kun je nooit in bezwaar, aangezien de stukken er in principe niet zijn en het geheel slechts gissen is over of ik stukken krijg. Een soort roulette openbaarheids procedure. Dit hoort gewoon niet in een rechtstaat, dit past alleen in een bananenrepubliek.

Ik snap dat u strikt formeel naar de overschrijding gaat kijken, maar eigenlijk snap ik dat ook weer niet. Een beslissing zonder stukken is geen beslissing, is slechts een formeel gebaar dat de overheid bereid is stukken openbaar te maken. Het is als een vergunning die ik mondeling toegezegd krijg, maar die ik nog niet schriftelijk heb ontvangen. Uiteindelijk zal ik mijn dakkapel moeten verwijderen als de vergunning niet echt helemaal rond is. Juridisch gezien is het drijfzand aangezien ik helemaal nog niets heb. Een arbeidscontract dat mij mondeling is toegezegd, maar toch wordt ingetrokken. Een huurovereenkomst zonder papieren overeenkomst.

Stel dat ik alles had gekregen met index, met een inhoudsopgave, dan was de hele poppenkast van bezwaar voor niets geweest. Ik snap dat ambtenaren bij het Ministerie en “de Organisatie” om werk verlegen zitten, maar ik niet. En stel nu dat ik in bezwaar was gegaan en niet had betaald, waar gaat het dan over, wat voor gronden moet ik aandragen tegen een beslissing zonder stukken. “De Minister zegt dat ik stukken krijg, maar die heb ik niet gekregen en ik moet betalen alsof het om een verzoek bij de gemeente Liesveld gaat. Ik ga in bezwaar omdat pagina 3 er niet bij zit, dit gok ik omdat ik niet weet of er een pagina 3 is en of die er wel of niet bij zit.” Echt gekker moet het niet worden. Dit gaat echt nergens over. Zelfs een speciale wetgeving staat niet boven de wet.

Eigenlijk is het ook simpel. Ik zie de Wob of de WIV niet als een sport. Het is een noodzakelijk kwaad omdat het Ministerie en “de Organisatie” te lui zijn de stukken al in de openbaarheid te brengen. Ik moet de Wob of de WIV naast mijn werk als belangenbehartiger van burgers, als actief burger en als waarheidsonderzoeker naar misstanden n de samenleving uit pure noodzaak gebruiken. Alleen omdat de overheid een prehistorisch idee van openbaarheid heeft, moet ik eindeloos procedures moet voeren. Misschien vind u het juridisch interessant ik volstrekt niet. Ik vind het een schoffering aan mij als burger en aan een transparante overheid. Het kan allemaal een stuk eenvoudiger. Een land als de Verenigde Staten, door velen gezien als ons voorbeeld, heeft het netjes voor elkaar ook voor de diverse “organisaties” die het land rijk is. Daar worden “de Organisaties” trouwens gewoon bij hun naam genoemd.

Hierbij nogmaals mijn gronden die ik eerder had aangevoerd.

Op 23 februari 2010 ontving ik een ontvangst bevestiging. Het Ministerie gaf aan drie maanden nodig te hebben om mijn verzoek te behandelen. Ik berustte in het wachten.

Op 23 april 2010 ontving ik een primaire beslissing in mijn verzoek. Ik kon in bezwaar en daar golden dan zes weken voor. Helaas zaten de stukken niet bij de primaire beslissing, dus viel er niet veel te discussiëren over de stukken. Ik moest eerst betalen alvorens ik de stukken binnen zou krijgen en dus kunnen beoordelen of ik in bezwaar wilde gaan.

Ik lig niet de hele dag bij de postbus om te kijken of er post is van de ‘Organisatie’ zoals de instantie zichzelf noemt dus ik heb niet meteen gereageerd. Het geld is op 18 mei 2010 van mijn rekening gehaald en op uw rekening gestort. Vervolgens heeft u op 2 juni 2010 mij de stukken toegestuurd. Theoretisch zou ik tot 4 juni 2010 bezwaar kunnen aantekenen. Als de post zijn werk had gedaan, zou ik de stukken op 3 juni 2010 hebben kunnen krijgen, ware het niet dat zowel in uw ‘Organisatie’ als in de post er enige vertraging is opgelopen. Tevens lig ik niet voor de brievenbus om de postbode aan te vallen als hij nog niet mijn stukken heeft, omdat ik anders mijn bezwaar termijn verspeel.

Om kort te gaan, de bezwaar procedure van het ministerie is afhankelijk van postbodes, postkamers, bankoverschrijvingen en andere derden, terwijl volgens de letter van de wet ik toch echt 6 weken heb. Ik zie dan ook de bezwaar procedure pas ingaan op 2 juni 2010, de datum dat ik de stukken van het ministerie heb ontvangen.

Mijn gronden.

0. Ten eerste wil ik opmerken dat de stukken die ik uiteindelijk heb ontvangen, openbaar zijn volgens de wet. Uiteindelijk is het zo dat ik eigenlijk stukken heb opgevraagd die door de overheid al openbaar hadden moeten worden gemaakt. Stel dat ik deze stukken op het internet zet, kunnen anderen deze stukken zonder kosten in zien. Hier doet zich dus een vreemde situatie voor. Ik fungeer dus als een soort openbaar archief voor het ministerie of de organisatie. Nu kan ik geld heffen voor het inzien van de openbare stukken, maar dan doe ik eigenlijk aan heling, want het zijn stukken die van de organisatie/het ministerie, en verkoop die door, terwijl het openbare stukken zijn die eigenlijk gewoon door het Nationaal Archief openbaar hadden moeten worden gemaakt, net als de kranten uit de Tweede Wereldoorlog.

1. Ik verlang van het ministerie/de organisatie mijn geld terug. Al heb ik dan betaald om de stukken te krijgen, maar dit zijn openbare stukken. In Wob procedures is geld vragen uit den boze voor grote instellingen. Ik wil het ministerie/de organisatie niet vergelijk met de gemeente Liesveld, maar dat zijn gemeenten die kopieerkosten vragen. Ik veronderstel dat het ministerie/de organisatie zichzelf niet ziet als een onbeduidende organisatie. Daarvoor doet het ministerie/de organisatie te geheimzinnig.

2. Het ontbreekt zowel in de volgens het ministerie/de organisatie primaire beslissing, als de echte beslissing van 2 juni 2010, als in de stukken aan een index. Daardoor kan ik totaal niet zien of het ministerie/de organisatie u mij flest, dat wil zeggen stukken achterhoudt die er wel zijn.

3. Het ontbreekt aan een duidelijke afbakening van de stukken die ministerie/de organisatie niet wenst vrij te geven in het kader van de WIV of Wob en de stukken die het ministerie/de organisatie wel vrijgeeft. Er is totaal niet inzichtelijk gemaakt wat ministerie/de organisatie verwijdert. Dit betekent dat ik er vanuit ga dat het ministerie/de organisatie de stukken zelf heeft samengesteld. Dit zou kunnen duiden op valsheid in geschriften. Ik snap dat ministerie/de organisatie geheimzinnig wilt doen, het gaat echter om iets dat bijna 50 jaar geleden plaatsvond dus enige mate van zelf inzicht en nuance lijkt mij op zijn plaats. Afbakening van de stukken die ministerie/organisatie weigert zijn ook van belang voor een transparante overheid.

4. Tevens geeft ministerie/de organisatie bij geen van de stukken die niet worden vrijgegeven aan op basis waarvan u dat doet. U spreekt in het algemeen van een aantal artikelen uit de WIV, maar ja dan had u ook alles kunnen weigeren. Er is totaal geen zicht op uw overwegingen. Ik kan dan ook nooit in bezwaar gaan tegen specifieke passages, daarmee belemmerd u nog eens mijn rechtsgang.

5. De prehistorische procedure maat het voor burgers tevens niet gemakkelijk om zicht te krijgen op het functioneren van het ministerie/de organisatie. Ook al is het zo dat het ministerie/de organisatie zwaait met de WIV, grondwettelijk gezien het ministerie/de organisatie nog gewoon een bestuursorgaan. Enig fatsoen bij door te lopen procedures lijkt mij dan ook op zijn plaats. Dat wil zeggen dat het ministerie/de organisatie de stukken zonder kosten verstrekt, het ministerie/de organisatie de bezwaar periode laat ingegaan op het moment van verstrekking en tevens een helder en overzichtelijk besluit neemt met index en duidelijke afbakening van welke stukken niet worden verstrekt en op grond van welk wetsartikel die niet worden verstrekt.

6. Ik had aangegeven dat binnen het kader van de WIV, de Wob en de Aanwijzing voorlichting opsporing en vervolging kunt het ministerie/de organisatie deze stukken gemotiveerd anonimiseren. De verwijzing naar artikel 45 WIV (persoonsgegevens van derden) is dan ook overbodig.

Ik verzoek u dan ook het bestreden besluit van de Minister te vernietigen en de Minister op te dragen een nieuw besluit te nemen op basis van het beroepschrift en het ter zitting verhandelde. Tevens verzoek ik u toepassing te geven aan art. 8:75 Awb.

Gaarne ontvang ik een bewijs van ontvangst.

Een vriendelijke groet

Postbus 10591

1001 EN Amsterdam

email info@burojansen.nl

www.burojansen.nl

tel 0206123202

mobiel 0634339533