De procedure: Nader verzoek aan college en politie

 

Amsterdam, 18 januari 2012

Aan Dhr. F.J. Heeres

regio 20 Midden- en West-Brabant

Postbus 8050

5004 GB Tilburg

Onderwerp: Wobverzoek informanten/infiltranten en andere ‘heimelijke’ operaties met betrekking tot mensen/burgers/ingezetenen die actief zijn in VONK te Bergen op Zoom.

Kenmerk: wobverzoek oktober 20120231

Afzender:

Postbus 10591

1001 EN Amsterdam

Geachte dhr. Heeres,

Met een beroep op de Wet Openbaarheid van Bestuur richt ik mij tot u met een verzoek om informatie. Met betrekking tot de mensen van Vonk heb ik dit al eerder gedaan, maar het blijk nu dat er meer aan de hand is.

In de brief van de korpschef van Midden West Brabant van 25 juli 2011 in antwoord op mijn bezwaar tegen de primaire beslissing van de politie op mijn wob verzoek naar kortweg inlichtingenhandelingen omtrent de groep Vonk, ook bekend als kraakgroep de Vonk, De Vonk, Politieke partij VONK, Activiteitencentrum de Vonk en Comité Artikel 1, Comité Geen Fascisten in onze stad (brief heb ik bijgevoegd) staat de verzuchting: “Dit is echter niet het geval” (passage op pagina 2). De brief heb ik bij gevoegd. Deze opmerking heeft betrekking op mijn bewering dat de RID erg actief was rond de groep de Vonk. De politie beweerde in de brief dat dit niet het geval is, ik voeg u een kopie toe. Nu had ik in beroep kunnen gaan, maar dan had de rechter gezegd: “… kunt u bewijzen dat de politie informatie achterhoudt.” Dat is helaas het absurde van de WOB. Ik moet bewijzen dat de verstrekking onvolledig is, terwijl artikel 2 van de WOB toch aangeeft dat het bestuursorgaan nauwkeurig dient te zijn. Helaas is recht een moeilijke zaak en is alleen toezicht en controle een redmiddel voor de burger. En daar ontbreekt het aan bij de RID. Ik heb dus zelf onderzoek verricht en ontdekt dat de politie sinds juni/juli 2008 tot en met eind 2010/begin 2011 een informant heeft gerund in de groep. Die informant heeft diverse besprekingen gevoerd met twee agenten, rechercheurs, RIDers, hoe zij zich tegenwoordig uitgeven.

Nu heb ik de volgende verzoeken om informatie:

1. Kunt u mij alle documenten verstrekken met betrekking tot informanten, infiltranten en heimelijke operaties in de groep die de naam draagt de Vonk, De Vonk, Politieke partij VONK, Activiteitencentrum de Vonk en Comité Artikel 1, Comité Geen Fascisten in onze stad of vergelijkbare namen. Het gaat hierbij om zowel de groep als buiten parlementaire actiegroep als politiek partij.

2. Onder alle documenten versta is ook evaluaties, afwegingen ten aanzien van het Europees Verdrag van de Rechten van de Mensen, de Nederlandse Grondwet, Het BUPO verdrag inzake Burgerrechten en Politieke Rechten. Ik wil ook graag weten waarom er geen evaluatie is ten aanzien van burgerlijke rechten als de operaties niet worden geëvalueerd.

3. De mensen die actief betrokken waren bij de Vonk zijn begin 2009 begonnen met een discussie over het opzetten van een politie partij om aan de gemeenteraadsverkiezingen deel te nemen. Acht u het in het democratisch belang dat jonge mensen die politiek actief willen worden bespioneerd worden door een inlichtingen dienst?

4. Worden andere politiek partijen op lokaal niveau in de gaten gehouden door de RID. Wat is uw beleid ten aanzien van het functioneren van de regionale inlichtingendienst?

5. Worden andere buiten parlementaire groepen op lokaal niveau in de gaten gehouden door de RID. Wat is uw beleid ten aanzien van het functioneren van de regionale inlichtingendienst?

6. Wie is verantwoordelijk voor de inzet van informanten/infiltranten in lokale politieke partijen of in buiten parlementaire actiegroepen, welk toezicht is er op deze inzet en welke controle wordt er op uitgeoefend. Wordt deze controle en het toezicht op de inzet van inlichtingen vastgelegd, besproken met een onafhankelijke instantie?

7. Vindt u dat er terughoudendheid moet worden betracht bij het inzetten van informanten en infiltranten. Zo nee waarom niet?

8. En vindt u dat de CTIVD, de Commissie van Toezicht op de Inlichtingen en Veiligheidsdiensten, scherpen toezicht moet houden en in een eerder stadium volledig moet worden ingelicht over inlichtingen operaties die plaatsvinden met betrekking tot mensen en groepen die gebruik maken van hun democratische rechten?

Binnen het kader van de Wob (art. 10 lid 2 sub e) en de Aanwijzing voorlichting opsporing en vervolging kunt u deze stukken gemotiveerd anonimiseren.

Enkele korte opmerkingen met betrekking tot dit verzoek:

– Ik wil u wijzen dat het hier gaat om een groep en mensen die zowel buiten als binnen parlementair actief zijn. Misschien soms onconventioneel, maar juist voor een weerbare democratie is dat heel belangrijk. Ik verwacht dan ook dat u zich inspant om volledige openheid te geven met betrekking tot VONK.

– U weet dat er met mij altijd overleg is te voeren over termijnen, hoe stukken worden aangeleverd en zoekopdrachten. Ik besef terdege dat ik complexe zaken vraag, soms ook omvangrijk en sta dan ook open voor overleg.

– Ik wil u ook wijzen op de geest van de Wet Openbaarheid van Bestuur. In principe behoort de overheid zich in te spannen om documenten zelf openbaar en beschikbaar te maken voor burgers.

– Tot slot wil ik u ook nog wijzen op de Wet Dwangsom. U bent van mij gewend dat ik geen gebruik van deze wet. Ik behoor tot de rekkelijken en niet tot de preciezen. U snapt echter wel dat aan rekkelijkheid wel grenzen zitten.

Conform de Wet Openbaarheid van Bestuur verwacht ik binnen wettelijke termijnen antwoord op mijn verzoek.

Gaarne ontvang ik een bewijs van ontvangst.

Een vriendelijke groet

Postbus 10591

1001 EN Amsterdam

www.burojansen.nl

e-mail info@burojansen.nl

tel 0206123202

mob 0634339533

www.identificatieplicht.nl, www.preventieffouilleren.nl

www.openheid.nl, www.openbaarheid.nl

www.justitievrijheidenveiligheid.nl