De procedure: de bezwaarprocedure bij het ministerie van Binnenlandse Zaken

 

Het ministerie van Binnenlandse Zaken verstrekte een deel van de stukken. Vooral e-mail berichten werden niet verstrekt. De gang naar de rechter werd in gezet en ja intern beraad is een zeer rekbaar begrip.

Amsterdam, 29 april 2008

Aan: Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties

t.a.v Minister ter Horst

Directie Politie

Postbus 20011

2500 EA Den Haag

Onderwerp: Wobverzoek inzake maatregelen die in Nederland zijn ingezet in het kader van de openbare orde en veiligheid, grootschalig optreden, voorbereidingshandelingen, inlichtingen handelingen, informatieoverdracht, informatie uitwisseling, dataverzameling en grensbewaking met betrekking tot de G8-top in Heiligendamm, Duitsland

Ons Kenmerk: wobverzoek december 19703

Uw Kenmerk: 2008-00000148204

Afzender:

Postbus 10591

1001 EN Amsterdam

Geachte mevr. ter Horst,

Middels deze brief teken ik bezwaar aan tegen uw beslissing op mijn WOB verzoek Nadere toelichting op mijn bezwaar zal ik u binnen vier weken doen toekomen.

Middels de brief van 26 maart 2008 heb ik bezwaar aangetekend tegen aan tegen uw beslissingen op mijn Wob verzoek met betrekking tot de maatregelen die in Nederland zijn ingezet in het kader van de openbare orde en veiligheid, grootschalig optreden, voorbereidingshandelingen, inlichtingen handelingen, informatieoverdracht, informatie uitwisseling, dataverzameling en grensbewaking met betrekking tot de G8-top in Heiligendamm, Duitsland.

In deze brief volgt de toelichting op dit bezwaar.

Mijn bezwaren:

– Alvorens inhoudelijk op mijn bezwaar in te gaan nog een algemene opmerking met betrekking tot het onderhavige wobverzoek. De aanleiding tot mijn zoektocht naar stukken ten aanzien van de openbare orde rond de G8 top is gelegen in een klacht van enkele demonstranten die op weg naar Heiligendamm, Duitsland, aan de grens zijn tegengehouden en teruggestuurd. De reden van deze actie van de Duitse grenspolitie in samenwerking met de Koninklijke Marechaussee heeft niets te maken met strafrechtelijke procedures tegen deze mensen. Zij werden tegengehouden op grond van inlichtingen als zouden zij tot ‘dem linken Spektrum’ behoren. Van dit laatste zijn afschriften in mijn bezit. Informatie over deze personen is aan de Duitse grenspolitie verstrekt door een Nederlandse overheidsinstanties. In een tijd van grote woorden van de overheid met betrekking tot de vrijheid van meningsuiting en het recht op openbare manifestaties is het tegenhouden van mensen op basis van een stigma, stempel of aanmerking verontrustend. Het lijkt me duidelijk dat deze mensen, of zij nu wel linkse sympathieën hebben of niet, geschokt zijn over de uitwisseling van informatie op een dusdanige manier dat zij alleen op basis van het deelnemen aan een demonstratie in de gaten worden gehouden en tevens in hun vrijheid zowel om te bewegen als om hun mening te uiten worden belemmerd. In het kader van democratische besluitvorming lijkt het mij van groot belang dat een dusdanig optreden van de overheid tot op de bodem wordt uitgezocht.

– Naast deze eerste opmerking wil ik u ook meegeven dat er blijkbaar lijsten worden opgesteld door diverse politiediensten die rond gestuurd, rond gemaild of rond gebeld worden naar allerlei instanties. U spreekt in uw antwoord op wobverzoeken regelmatig over het beletsel persoonsgegeven door te geven, maar het verbaasd mij ten zeerste dat u persoonsgegevens van burgers uitwisselt met jan en alleman. Nu zult u zeggen dat het in belang van de openbare orde en veiligheid is, maar dat kan toch niet betekenen dat mensen die hun mening ergens willen laten horen geweerd worden. Het lijkt er dan ook sterk op dat u mensen met een afwijkende mening verre van het politieke proces wilt houden. Openbare orde en veiligheid worden steeds vaker als gemakkelijke woorden gebruikt om de vrijheid van mensen te benemen. Een ontwikkeling die zeker niet bijdraagt aan democratische besluitvorming.

Verdere specifieke behandeling van uw afwijzing

– U geeft aan dat er 30 documenten bij u in het bezit zijn die u niet wilt vrijgeven. Het gaat hierbij om emailberichten. Over de andere stukken kan ik kort zijn. Gezien mijn werk voor Buro Jansen & Janssen en mijn mening met betrekking tot privacy vind ik het meer dan logisch dat u de namen van betreffende ambtenaren niet vrijgeeft. Ik zal daarover met u niet verder in discussie gaan. Toch wil ik enkele opmerkingen wijden aan de zwartgemaakte delen.

In het ACO verslag van 25 april 2007 (document 2 uit uw brief) is een lijst van afspraken opgenomen. Bij actiepunt 1, 3 en 13 zijn de namen doorgehaald van ‘genomen door wie’. Nu weet ik niet wat er staat, maar ik ga er vanuit dat het een dienst is zoals ook het NCC, de KMAR en BUZA staan vermeld. De geheimzinnigheid met betrekking tot deze lijst ontgaat mij volledig, tenzij u iets te verbergen heeft. Hetzelfde geldt voor het korte lijstje van 2 actiepunten in het ACO van 7 mei 2007 en idem dito in die van 21 mei 2007.

Uw argumentatie dat u diverse passages niet vrijgeeft in verband met het belang van opsporing en vervolging van strafbare feiten kan ik goed begrijpen. Er zullen in de toekomst wederom allerlei manifestaties in Duitsland plaatsvinden dus het feit dat het om een eenmalige operatie zou gaan kunt u zeker pareren. Probleem is dat in kader van uw samenwerking met Duitsland er informatie is uitgewisseld waar ik alleen maar vraagtekens bij kan zetten. Mocht er bij deze informatie uitwisseling allerlei diensten betrokken zijn geweest dan vallen die zeker onder de wob aangezien het argument dat het in belang van de opsporing en vervolging de Nederlandse Staat mogelijk schade zou kunnen berokkenen niet meer geldig kan zijn als diezelfde staat strafrechtelijk over de streep is gegaan. Strafrechtelijk in de zin dat er misbruik is gemaakt van haar macht en informatiepositie. In dat licht zijn de passages van belang. Ik heb begrepen dat zowel de regiopolitie Utrecht, de KLPD en een Duitse liaison officier gestationeerd bij de KLPD betrokken zijn geweest bij de overdracht van allerlei persoonsgegevens. Ik kan mij niet voorstellen dat het ACO daar niet van op de hoogte is gesteld aangezien een andere obscure organisatie die zich aan de Wob blijft onttrekken, de Raad van Hoofd Commissarissen, aanwezig was.

In het licht van deze argumenten, oneigenlijk optreden van de overheid en misbruik van macht en informatie, vraag ik aan u dan ook om de niet vrijgegeven passage te heroverwegen. Daarbij gaat het natuurlijk om geanonimiseerde stukken.

– De 30 emailberichten die u niet wenst vrij te geven, zijn volgens u ten behoeve van intern beraad en bevatten persoonlijke beleidsopvattingen.

Ik voeg een deel van mijn argumentatie die u al eerder heeft ontvangen met betrekking tot een ander wobverzoek met betrekking tot intern beraad en persoonlijke beleidsopvattingen aan deze brief toe. Daarnaast wil ik een aantal aanvullende opmerkingen met betrekking tot deze opstelling toevoegen.

– Openheid ook met betrekking tot email verkeer kan ook heel anders, zoals de regiopolitie Noord- en Oost-Gelderland laat zien. Eigenlijk een voorbeeld dat door andere overheidsdiensten zou moeten worden opgevolgd. Dit korps heeft tevens binnen de wob beschikbare tijd allerlei informatie gegegeven die in u ogen naar alle waarschijnlijk ‘persoonlijk’ zou worden genoemd, maar die door het korps is vrijgegeven omdat bij openbare orde en veiligheid er moeilijk kan worden gesproken over persoonlijke beleidsopvattingen. Ik heb de mail toegevoegd, wel geanonimiseerd aangezien ik deze met naam en toenaam heb ontvangen en ik dat in verband met de privacy niet wens door te geven. Bij navraag blijkt dat het korps deze stukken ook als intern beraad en persoonlijk opvat, maar geen enkel bezwaar heeft tegen vrijgave aangezien dat gewoon hoort. Ik kan daar eigenlijk niets aan toevoegen en deel natuurlijk hun mening.

– Uw weigering is gebaseerd op artikel 11, eerste lid, van de Wob. U geeft aan dat de informatie uit deze stukken dusdanig verweven is met elkaar, dat het niet mogelijk is om delen uit deze documenten te verstrekken. Nu heeft u bij andere stukken die u wel heeft vrijgegeven juist duidelijk gemaakt dat er geen enkel beletsel is om stukken zwart te maken en delen wel vrij te geven, Ik wil u hierbij wijzen op pagina 2 van het ACO verslag van 7 mei 2007. Ook andere pagina’s tonen meer zwarte plekken dan tekst dus blijkbaar is dat niet het probleem en kan de verwevenheid geen beletsel zijn.

– Met betrekking tot de niet openbaar gemaakte documenten beweert u dat het gaat om persoonlijke beleidsopvattingen en intern beraad. U verzuimt echter per document aan te geven wat de specifieke reden is voor het niet verstrekken van het document.

Ik blijf me over u verbazen. Email 9 en 10 zijn een bericht van verhindering. U kunt toch niet serieus menen dat het hier om een persoonlijke beleidsopvatting gaat. Ik veronderstel dat de tekst luidt ‘ik ben verhinderd, een vriendelijke groet …’ Door dit aan te merken als intern beraad maakt u misbruik van uw macht en informatie positie en misbruikt artikel 11 lid een om geen inzage te geven in stukken. Hetzelfde geldt voor email 1, 17 en 19. Hierbij gaat het om aandachtspunten en een uitstaand actiepunt. Delen van het ACO verslag krijg ik wel, maar de aandachtspunten niet terwijl die deels ook in het verslag staan. De actiepunten wel, maar niet een opmerking over een uitstaand actiepunt. De uitnodiging en de verzendlijst wel, maar niet de email naar aanleiding van de uitnodiging. Ik kan mij niet aan de indruk onttrekken dat u iets probeert achter te houden. Met betrekking tot email 3, 5, 6, 7, 14, 15, 24, 25 en 29 heeft de rechter al aangegeven dat concept verslagen geanonimiseerd vrijgegeven kunnen worden. Ik blijf me daarover verbazen dat u dit blijft weigeren. Bij email 6 en 25 gaat het over opmerkingen naar aanleiding van een concept verslag. Dit zal in de trant zijn van ‘ik heb niet zoiets gezegd of beloofd, maar iets anders, een kleine wijziging.’ Email 8 en 20 hebben betrekking tot een uitnodiging en de verzending van een verslag. Als in deze mails een goede grap is verwerkt kan ik die zeker waarderen, maar die kan niet aangemerkt worden als persoonlijk en tevens kan ik me niet voorstellen dat beide documenten enigerlei beleidsopvattingen ten aanzien van de uitnodiging en het verslag bevatten. Email 16, 23 en 27 hebben betrekking tot openbare media bronnen zoals het ANP en Der Spiegel. Email met betrekking tot deze berichten kunnen toch moeilijk als beleidsopvatting worden beschouwd, hooguit de persoonlijke nood die een ambtenaar aan deze artikelen toevoegt, maar weigering om die documenten vrij te geven lijkt mij erg kinderachtig. Email 4 en 26 hebben betrekking tot sitrap van het NIK. Ik moet u toegeven dat ik u helemaal niet meer volg. Ik krijg wel de rapportage van het NIK, maar niet de email met betrekking daartoe. Nu staat in de NIK rapportage de stand van de informatie van de overheid, maar merkt u daarbij niet op met betrekking tot het gehele document dat er een opsporingsbelang bij is gediend om de stukken niet vrij te geven. Bij de email ook niet, maar u wilt wel mij doen geloven dat er persoonlijke opvattingen in die mail staat waardoor deze niet vrijgegeven kan worden. Nu wil ik niet cru zijn, maar als die opmerkingen betrekking hebben op het tegenhouden van onschuldige burgers aan de grens zijn die opmerkingen misschien wel persoonlijke opvattingen met betrekking tot de uitvoering van beleid, maar niet het beleid zelf, maar is de ernst dusdanig dat het vrijgeven voor de democratische rechtsorde van groot belang is. Email 2 sluit bij de argumentatie met betrekking tot de emails 4 en 26 aan. Email 18, 28 en 30

hebben betrekking tot communicatie over vragen van Justitie, een evaluatie van de Kmar en de voorbereiding van Buza op de top. Duidelijk geen beleid van uw ministerie, ook geen persoonlijke beleidsopvattingen en zeker geen intern beraad. Ik kan dat natuurlijk niet beoordelen, maar gezien de omschrijving lijken het me zaken die gewoon aan de openbaarheid dienen te worden gegeven om controle op uw werk uit te oefenen. Email 22 gaat over een presentatie. Bij een ander wobverzoek heb ik gewoon een powerpoint gekregen om inzage te krijgen in de wijze waarop de overheid zich op mogelijke calamiteiten voorbereid. Een presentatie geeft dat inzicht, maar het laat ook zien of die maatregelen niet overdreven zijn en wel rekening houden met de rechten van burgers. Wordt daar wel aan gedacht binnen overheidskringen. Openbaarheid lijkt me daarom op zijn plaats. Tot slot zijn er de emails 11, 12 en 13 die betrekking hebben op Duitsland. Blijkbaar heeft de Duitse overheid geen bezwaar gemaakt tegen openbaarmaking en zou het opnieuw gaan om intern beraad met persoonlijke beleidsopvattingen. Aangezien er een Duitse liaison officier betrokken is bij de informatie uitruil zijn stukken met betrekking tot Duitsland van groot belang bij een goede controle op de democratische bestuursvoering. Al zou er sprake zijn van enige persoonlijke noot in de stukken lijkt het me groot belang deze stukken al dan niet gekuist vrij te geven.

– U geeft aan dat de informatie uit de 30 documenten dusdanig is opgesteld dat persoonlijke beleidsopvattingen met naar ik aanneem beleidsinformatie is verweven, dat het niet mogelijk is om delen uit deze documenten te verstrekken. Daarbij dien ik u te wijzen op het feit dat deze delen dus blijkbaar wel onder de Wob vallen en vrijgegeven dienen te worden. U verzuimt aan te geven wat verstrekking in de weg staat. Blijkbaar zijn er passages, dit kunnen zinnen zijn die wel vrijgegeven kunnen worden. Ik verwacht dan ook dat u dat alsnog doet.

– De Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State, zaaknummer 200606369/1 heeft geoordeeld dat in een zaak met betrekking tot een conceptbrief van het college van burgemeester en wethouders van Pijnacker-Nootdorp een conceptbrief niet zomaar als persoonlijke beleidsopvatting kan worden aangemerkt. “Zij (de afdeling bestuursrechtspraak) is met de rechtbank van oordeel dat, hoewel de conceptbrief een document is dat is opgesteld ten behoeve van intern beraad, de daaruit niet openbaar gemaakte passages geen persoonlijke beleidsopvattingen bevatten. Het door het college ingeroepen ervaringsfeit dat de weergave van feiten altijd enigermate gekleurd wordt door de persoonlijke opvattingen van degene die ze beschrijft, is niet voldoende grondslag om die beschrijving daarom als persoonlijke beleidsopvatting aan te merken.” Deze uitspraak heeft in zijn geheel betrekking op uw argument de documenten in verband met persoonlijke beleidsopvattingen niet openbaar te maken. Blijkbaar is er geen gevaar voor de mogelijke betrokken ambtenaren als de stukken geanonimiseerd worden vrijgegeven en is er dan ook geen beletsel om de stukken te versrekken.

– U stelt dat de 30 documenten persoonlijke beleidsopvattingen bevatten van naar ik aanneem ambtenaren bij deze bestuurlijke aangelegenheid. De rechtbank Almelo heeft vorig jaar geoordeeld dat indien uit stukken niet blijkt wie een vermeende persoonlijke beleidsopvatting heeft geuit, er geen sprake kan zijn van een weigering op deze grond (Rb Almelo 7 augustus 2007, reg. Nr. 06/1404).

Aangezien ik in mijn wobverzoek al heb aangegeven ook tevreden te zijn met geanonimiseerde stukken is er geen beletsel om de stukken openbaar te maken.

U geeft niet aan dat het vrijgeven het belang van een goede en democratische bestuursvoering zou schaden, ik ga daar dan ook niet van uit.

– Bij alle documenten gaat het volgens u om intern beraad en dat de stukken persoonlijke beleidsopvattingen bevatten. U kunt dit niet serieus menen. Zoals ik al aangegeven heb zijn er zeker twee documenten totaal niet beleidsdocumenten en hooguit persoonlijk omdat ze de naam van iemand bevatten, maar dat is dan ook de enige persoonlijke informatie die deze twee emails bevatten. Daarnaast zijn er legio emails die duidelijk betrekking hebben op de concept verslagen van de ACO. Ook daar zal het niet gaan om persoonlijke beleidsopvattingen, maar de ongecensureerde verslagen. Voor zicht en controle op de democratische bestuursvoering is openbaarheid daarvan van groot belang.

Uiteindelijk kunnen de mails geen beleidsopvattingen bevatten. Het gaat namelijk over de uitvoering. De uitvoering van openbare orde maatregelen in het kader van de G8 top. Alle emails hebben betrekking op het toezenden van stukken, verslagen en evaluaties. Al deze stukken zijn opgesteld in het kader van de uitvoering van maatregelen met betrekking tot de openbare orde. Nu zou u kunnen zeggen dat de stukken niet vrij gegeven kunnen worden met het oog op het belang van de opsporing, maar dat geeft u niet aan. Persoonlijke beleidsopvattingen is het struikelblok, maar in deze gaat het niet om beleid, maar om de uitvoering van beleid. Hier gaat het om uitwisseling van gegevens, afstemming en andere zaken gerelateerd aan de uitvoering van het beleid ten aanzien van de openbare orde. Er is dan ook geen beletsel de stukken niet vrij te geven zeker niet als de opsporing en vervolging geen gevaar lopen.

– Als laatste is er de Brief van de Duitse minister van Buitenlandse Zaken aan de Nederlandse minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties van 3 mei 2007. Deze brief gaat vooraf aan de massale arrestatie van demonstranten in Utrecht wiens naam, adres, nationaliteit, geboortedatum en geboorteplaats zijn doorgegeven aan de Duitse autoriteiten. Deze brief wilt u niet vrijgegeven omdat een bevriende natie dat niet wil. Het belang van de betrekkingen van Nederland met andere staten en internationale organisaties prevaleert. U gebruikt daar artikel 10 lid twee onder a van de Wob voor. Ik snap dat er in het internationale verkeer enig verstandhouding moet bestaan, maar het geheel is in een ander daglicht komen te staan door de aanhouding van mensen op verdenking van links te zijn en de uitwisseling van persoonsgegevens. Mocht de Duitse minister informatie hebben gevraagd over Nederlandse demonstranten en die vervolgens hebben gebruikt voor het schenden van het recht op vrijheid van meningsuiting en betoging dan lijkt mij openbaarmaking van groot belang. Ik wil in deze wijzen op de gebeurtenissen in Genua, Italië, in 2001. Bruut politieoptreden heeft veel mensen getraumatiseerd en voor het leven getekend. Daarbij heeft de Italiaanse overheid zijn macht overspeelt zeker als het gaat om de arrestatie van mensen in een school in de stad. U zult begrijpen dat een goede relatie met bevriende naties niet ten koste moet gaan van een kritische blik op de wijze waarop de overheid met de rechten van burgers omgaat. Uw simpele acceptatie van het bezwaar van de Duitse autoriteiten klinkt te lichtzinnig en zou zeker herzien dienen te worden in het licht van de schending van rechten van burgers in dezen.

In het licht van de behandeling van demonstranten aan de grens, het uitwisselen van persoonsgegevens van mensen die worden aangemerkt als ‘links’ en de onduidelijke communicatie over deze grove schending van rechten van burgers verzoek ik u om alle documenten alsnog al dan niet geanonimiseerd openbaar te maken.

Gaarne ontvang ik een bewijs van ontvangst.

Een vriendelijke groet

Postbus 10591

1001 EN Amsterdam